Gedeputeerde Arne Weverling en zijn delegatie lieten zich bijpraten over de forse ambities van Shin-Etsu op duurzaamheidsgebied, en gingen ook de discussie over de moeizame omstandigheden voor de basisindustrie in Nederland niet uit de weg.
De installatie van een gloednieuwe drooginstallatie levert Shin-Etsu een forse energiebesparing op ten opzichte van de oudere installatie. Dat past in de verduurzamingsstrategie van Shin-Etsu PVC BV om in 2030 35% CO2-reductie te bereiken, ten opzichte van 2020. Dat doen we door energie te besparen, groene elektriciteit te gebruiken, en onze behoefte aan warmte te verduurzamen.
Met een door de provincie Zuid-Holland gefaciliteerde energie-innovatie-studie heeft Shin-Etsu een paar jaar geleden een extern bedrijf met een frisse blik laten kijken naar de complete fabriek met alle inkomende en uitgaande stromen. Onder andere op basis van deze studie besloot Shin-Etsu om een nieuwe drooginstallatie te installeren, die gebruik maakt van aanvullende warmteterugwinning.
Een prachtig resultaat dat tevreden stemt. Vandaar dat de provincie begin juni graag met eigen ogen de letterlijk glimmende nieuwe installatie, op de vierde verdieping in de fabriek, kwam bekijken. Helaas is niet alles even schitterend als de nieuwe installatie. Shin-Etsu kampt, net als andere bedrijven in de Nederlandse basisindustrie, met hoge elektriciteitsprijzen en, in verhouding tot andere landen, extra hoge kosten voor CO2-uitstoot. Bovendien hebben we te maken met conflicterende regelgeving, wat verduurzaming vertraagt.
Operations Manager Rob van Melis legde uit: ‘We doen op verschillende manieren ons best om duurzamer te produceren. Ons PVC is van nature al letterlijk een duurzaam product. Het wordt gebruikt in artikelen met een lange levensduur, bijvoorbeeld raamprofielen en buizen, en is tot tien keer te recyclen. Maar door de oplopende productieprijzen moet ik zeggen dat het voor ons Japanse moederbedrijf niet vanzelfsprekend is om investeringen in Nederland te doen. Op andere locaties van Shin-Etsu, in Japan en de USA, zijn de marktomstandigheden beter. Tegelijkertijd heeft Rotterdam de meest efficiënt producerende industrie, en beschikken we over een fantastische infrastructuur. Feitelijk is het enige dat ontbreekt voor een betere toekomst: een gelijk speelveld binnen Europa dat ook geldt voor aanbieders van buiten Europa.
Gedeputeerde Arne Weverling nam zijn woorden ter harte. Hoewel de provincie natuurlijk niet alles kan regelen, zijn de lijnen met de toezichthouder en vergunningverlener DCMR kort, net als de lijnen naar de rijksoverheid. ‘De wet zou de energie- en grondstoffentransitie beter moeten faciliteren in plaats van in de weg zitten. Ik vind het gek dat je probeert het goede te doen, maar door de wet belemmerd wordt’, zei hij. ‘Ik vind het echt heel goed dat Shin-Etsu heeft meegedaan aan de energie-innovatie-studie en dat dit zo’n mooi resultaat oplevert. Het is een prachtig voorbeeld van verduurzaming van de bestaande installaties van de basisindustrie. Wij zullen als provincie het belang van de basisindustrie blijven benadrukken en verdedigen. Want de verduurzaming van de haven en de industrie is cruciaal voor onze economie, onze concurrentiekracht en het klimaat.’



